Ellen-van-Dijk-Header vertical stripe
Arrow
Arrow
Slider

Egmond-Pier-Egmond

Nico Sylvia Ellen - Pier van Egmond 2014

Van het strand in Gran Canaria naar het strand in Egmond, dat was even wennen! Toen ik vrijdagmorgen op de persconferentie vertelde dat ik ’s middags voor het eerst op het strand ging trainen, werd me vooral Veel Succes gewenst. Via Specialized had ik een mooie 29’er kunnen lenen, dus mijn materiaal was dik in orde. In Gran Canaria liepen de trainingen ook goed, dus ik was benieuwd hoe ik op het strand mee zou kunnen komen.

 

Samen met mijn broer Nico en zijn vriendin Sylvia gingen we op vrijdagmiddag het strand op. Zij zouden de dag erna de toerversie rijden en Nico zorgde ervoor dat mijn materiaal tiptop in orde was. We oefenden de strand- op en afgang een paar keer en probeerden het gevoel voor het rijden in het zand te pakken krijgen. Dat ging best aardig en na een ontspannen avondje in hotel Zuiderduin was ik er wel klaar voor, toch?


Best nerveus stond ik helemaal vooraan bij de start (wat zijn dit soort voordelen van een WK-titel toch fantastisch). Volle bak vertrekken en dan een mooie waaier uitkiezen was het plan. Dat viel ietwat tegen. Vol vertrekken lukte nog wel, maar binnen no time liep ik in het mulle zand al naast m’n fiets. ‘Maakt niet uit, nu gewoon een waaier zoeken’, dacht ik nog. Hup de fiets op en mezelf in een wiel vastbijten. Er kwamen 5 wielen voorbij, er kwamen 10 wielen voorbij en er kwamen 20 wielen voorbij. Ik kon er niet een houden. Ik reed meer in de zee dan op het strand en verloor het ‘ideale spoor’ op het strand op het moment dat ik hem net dacht gevonden te hebben. Ik ploeterde als een zeehond door het drijfzand en werd van links, rechts, boven en onder ingehaald. Mijn moraal zakte tot diep onder zeeniveau.

 

Ellen up front - Pier van Egmond 2014


Net voor het keerpunt kwam ik dan toch in een soort groepje terecht. De mannen in deze groep bleken ‘no mercy’ te hebben voor een moraalloze en chagerijnige vrouw. Ik had het idee dat ze me allemaal de zee in wilden rijden en me het liefst nog kopje onder wilden duwen ook. Nadat ik mezelf vakkundig de waaier uit had gereden door het mulle zand weer op te zoeken, herhaalde ik dit proces nog een aantal keer in de volgende groepjes die me in kwamen halen. Nog een keer het strand op en af en dan ‘rechtdoor naar school en kantoor’, op naar de finish. Ik was er ondertussen wel een beetje klaar mee. Gelukkig bleek het strand de laatste 6 km aardig verhard te zijn en vond ik eindelijk een groepje met mannen die wel lief waren voor dat smerige en chagerijnige meisje. In een mooie waaier reden we richting de finish. Bij de overgang van het strand naar het asfalt was ik even vergeten dat ik niet op mijn wegfiets met 8 bar in mijn banden zat en gleed ik nog een keertje onderuit. Zonde van mijn mooie nieuwe kleding! Gesloopt kwam ik als vijfde dame over de finish. Niet echt een uitslag waar ik trots op ben. Voorzichtige vragen van vrienden en familie die me stonden op te wachten; hoe ging het El? Je keek niet zo vrolijk onderweg… ‘Het ging voor geen meter! Wat een hel, zo’n strandrace’, waren mijn eerste reacties. Vijf minuten later besloot ik dat ik volgend jaar weer mee wil doen. Want dat afzien, dat is altijd pas achteraf mooi.

-Inmiddels lig ik helaas al een dag met 40 graden koorts op bed. Helemaal fit was ik al niet voor de strandrace en deze inspanning zal me geen goed hebben gedaan. Hopelijk ben ik snel weer opgeknapt zodat ik deze week gewoon kan vertrekken naar  het trainingskamp van mijn ploeg in Calpe.